• Bel ons:070 325 5907
  • Spoed:0900 222 6333
Afspraak maken

Honden

Informatie over honden

Natuurlijk kan je zonder hond leven ... maar het heeft geen zin.“ 

Heinz Rühmann

Aanschaf en verzorging van honden

Waarom wilt u een hond?

Een hond is een sociaal dier en heeft gezelschap nodig van soortgenoten of mensen. Een paar uur per dag alleen zijn is doorgaans geen probleem, maar structureel beduidend langer in sommige gevallen wel. Een hond heeft ook lichaamsbeweging nodig en moet dus een paar keer per dag een wandeling maken, met tenminste een lange wandeling. De eigenaar moet dus tijd hebben voor de hond of moeten regelen dat iemand anders het dier uitlaat of gezelschap houdt.

Een hond in het gezin

In een gezin zal in het algemeen een groot deel van de zorg voor de hond terecht komen bij de ouders. Daarnaast mogen jonge kinderen niet alleen gelaten worden met een hond. Pas boven de leeftijd van een jaar of 12 zal een hond het kind beschouwen als hoger in rang. Kinderen en honden kunnen een fantastische band met elkaar hebben.

Een rashond of een kruising?

Het kopen van een rashond geeft meer zekerheid over het formaat van een hond en de te verwachten gedragseigenschappen.

Een volwassen hond of een pup?

Een pup met een goede afstamming en een goede start in zijn leven (goede fokker) heeft een grotere kans om uit te groeien tot een prettige huishond omdat hij nog in de socialisatiefase zit. Een oudere hond past zich veel minder aan. Anderzijds verandert een oudere hond niet veel meer, zodat je “weet wat je hebt”.

Een pup moet vaak naar buiten als zindelijkheidstraining. Wandelingen zijn ook nodig voor een goede socialisatie in de eerste 5 levensmaanden. De pup moet dan leren om te gaan met alles waarmee hij later te maken zal hebben.
Opvoeden en trainen kosten aardig wat tijd. Tijdens de opvoeding kan een pup bovendien schade aanrichten in huis. Het is in vele gevallen nuttig om een puppycursus te volgen.

Aanschaf van een pup

Over de aanschaf van een pup moet geruime tijd van tevoren worden nagedacht. Er komt nogal wat kijken bij het kopen en houden van een pup. Het gaat er dan niet alleen om welk ras u wilt en waarom, maar ook hoe u een betrouwbare fokker vindt en een gezonde pup met het gewenste karakter. Bent u in staat de pup op te voeden, voldoende aandacht te geven en uit te laten? Heeft u voldoende ruimte en bent u voorbereid op alle kosten die het met zich meebrengt?

Om zoveel mogelijk zekerheid te hebben dat een goede pup wordt gekocht moet een betrouwbare fokker worden gevonden. Daarbij let u erop hoe de honden zijn gehuisvest, in huis of in een kennel. Zij de hokken schoon, zien de dieren er verzorgd uit, zijn ze prettig in de omgang. Als geen informatie te krijgen is over de afstamming van een pup, zoals bij voorbeeld bij aankoop van een hond uit asiel of dierenwinkel, bestaat de kans dat het dier zich anders ontwikkelt dan gedacht of gewenst qua gedrag of formaat.

Bij het kopen van een pup moet u erop letten of het dier gezond is en normaal gedrag vertoont. Voor een huishond is een goede socialisatie en dus een aangepast gedrag even belangrijk als een goede gezondheid. Belangrijk is of de pup in huis is opgegroeid of in een kennel? In het laatste geval kunnen pups schuw zijn en probleemgedrag ontwikkelen.

Aanschaf van volwassen hond

Aanschaf van een volwassen hond moet eveneens goed overwogen worden. De vraag is allereerst waarom de hond is afgestaan en hoe het staat met de gezondheid van het dier. Het best is om altijd een proefperiode in acht te nemen.

Kosten

Kosten van een hond Gem. kosten
Aankoopprijs hond € 500-600 (rassenhonden kunnen ook wel € 2000 kosten)
Hulpmiddelen zoals een riem, een mand, een etens- en drinkbak, een borstel, speeltjes en kluifjes € 150 - 200
Een bench, een kooi, voor in de huiskamer (kopen op het een formaat van de volwassen hond) € 100 - 200
Jaarlijkse hondenbelasting (1 hond, in Den Haag) € 116,28
Dierenartskosten zijn voor de jaarlijkse controle, de vaccinatie, de ontworming en behandelingen tegen vlooien. Met 1 of 2 keer per jaar een bezoekje vanwege ziekte of verwonding. € 150
Kosten voor voeding voor een hond van 25 kilo € 300
Bij reizen naar het buitenland is extra vaccinatie nodig (zie daar) en behandeling tegen teken, vlooien, wormen en plaatselijk voorkomende parasieten. € 80 - 100
Opname in een pension  € 10 - 20
Langharige rassen en ruwharige rassen moeten ook 1-3x per jaar naar een trimmer voor de nodige knip-, scheer- of plukbehandeling. € 50 - 100 per keer

 

Het gedrag van honden

Hond: gedrag en levenswijze

De laatste jaren is de kennis over hondenpsychologie enorm toegenomen.
Het karakter van de hond en het begrijpen waarom hond zus of zo reageert is erg belangrijk voor de hondenbezitter, het is de basis voor de opvoeding van het dier. Men moet eerst goed weten wat een normale hond doet, vooraleer men in paniek de dierenarts belt i.v.m. een vermeende ziekte of voor een heropvoedingscursus opteert. Daarom zal hier enkele veelgestelde vragen in de dierenartsenpraktijk over hondengedrag behandeld worden.

Hond en communicatie

Wat doet de hond om zich kenbaar te maken: blaffen, grommen, huilen, kwispelen. Deze 4 zaken dienen om volstrekt verschillende gevoelens te uiten.

Het blaffen is in principe de alarmroep van de hond, oa om de andere leden van zijn roedel te waarschuwen (de eigenaar is zijn roedelleider) zonder daarbij kenbaar te maken of het om een vriend of vijand gaat die de blaf uitlokt. Het is een verwittiging: er komt iets of iemand aan. Eens de nieuweling geïdentificeerd, zal de hond begroeten, vluchten of aanvallen. Een aanval gebeurt snel en geluidloos, evenals vluchten. Even voor de aanval zal de hond grauwen met opgetrokken lippen.

Grommen zonder opgetrokken lippen wijst op grotere angst, zodat het gevaar voor een aanval iets minder is, en als de hond echt bang is, zal hij afwisselend blaffen en grommen, niet wetend te vluchten of aan te vallen. In principe berust de uitspraak "blaffende honden bijten niet" op waarheid.

Het huilen is een teken van eenzaamheid, een dier dat alleen ergens opgesloten is, kan gaan huilen om zo zijn roedelleden naar hem toe te lokken. Het gehuil werkt zeer aanstekelijk, in een roedel zullen alle honden meehuilen (denk maar eens aan kennels).

Het kwispelen beschouwen velen als het teken dat de hond vriendelijk of vrolijk gestemd is, doch dit is niet altijd correct. Het kwispelen kan een uiting zijn dat het dier zich in een conflictsituatie bevindt : er bestaat een toestand van spanning: een wisselwerking tussen de drang om te blijven en de drang om te vluchten. De drang tot vluchten wordt werkelijk door angst ingegeven, immers de mens is en blijft de roedelleider aan wie respect is verschuldigd. De drang om te blijven kan door honger, vriendelijkheid, aanhankelijkheid, vreugde, agressie, of wat dan ook veroorzaakt worden. De spanning die door die tegenstrijdige gevoelens wordt veroorzaakt uit zich in kwispelen. Door het couperen van de staart neemt men een belangrijk communicatiemiddel weg van de hond, dat toch enorm belangrijk is in zijn sociale ontmoetingen. Gelukkig is het couperen van staarten (en oren) niet meer toegestaan in Nederland.

Hond en identiteit

Een hond heeft een bepaald terrein en een geur. Om dit kenbaar te maken aan zijn collega's heeft hij een waaier van mogelijkheden om zijn aanwezigheid kenbaar te maken of te camoufleren. Een eerste zaak is de poot opheffen bij de reu om te urineren. Eerst wordt het objectief grondig besnuffeld, als alle geuren zijn ontleed, zal hij zelf gaan urineren op die plaats, zodat de oudere signalen uitgewist zijn. Deze handeling zal de reu blijven doen, zelfs al is zijn blaas leeg. De hond heeft zijn terrein gemarkeerd met zijn eigen geur, andere honden ruiken dan dat er een reu op dit terrein komt, doch dit wil niet zeggen dat dit terrein "bezet" is, bewijs: de nieuwe hond plast er na grondig onderzoek zo overheen. 25 % van de teefjes probeert trouwens ook de poot wat op te tillen bij het urineren, zodat de urine zoals bij een horizontaal plassende reu, wat meer verspreid wordt. Een hond zal na het defaeceren meestal een paar krachtige krabbewegingen in de grond maken, waarbij hij vermijdt de faeces aan te raken. Dit doet hij soms ook wel eens na het plassen. Hij heeft hiervoor 2 redenen: hij maakt van die bewuste plaats een zeer opvallend iets voor het oog, zodat een andere hond er zeker naartoe zal gaan om te kijken en aldus het reuksignaal van de eerste (stoelgang/urine) opsnuiven. Een tweede zaak is, dat de zweetklieren op de voetzolen bij het krabben hun geur achterlaten op de defaecatieplaats, zodat het een extra geurprikkel is. De hond zal soms met zijn anus over de grond wrijven: u zou kunnen denken dat dit ook het afgeven van een reuksignaal is van de anaalklieren, doch dit is niet zo. De anaalklieren zijn 2 kliertjes aan weerszijden van de anus en vullen zich met een olieachtige stinkende vloeistof, doch zij worden automatisch leeggedrukt bij het defaeceren of bij erge emoties. Dit is inderdaad een eigen geursignaal dat ze afgeven (daarom snuffelen 2 honden die elkaar ontmoeten onder de staart, om de identiteitsgeur van de andere goed in zich op te nemen). Doch wanneer de hond echt gaat schuren over de grond met zijn anus, is het teken dat de anaalklieren niet meer natuurlijk kunnen geledigd worden, en dat er verstopping of ontsteking van de kliertjes is. Snel naar de dierenarts dus, om dit euvel te verhelpen dat kan leiden tot abcedatie van de klieren en zelfs tot flinke huidproblemen.

Wat een hond soms ook heerlijk vindt is zich wentelen in iets smerigs: stoelgang van andere dieren, een rotte vis, vuilnis, etc. Hiermee probeert de hond niet zijn eigen geur achter te laten maar net omgekeerd: de sterke geur van stoelgang of vuilnis maskeert zijn eigen geur wat een ideale camouflage is op jacht of om zijn roedelleden te vertellen dat ie iets eetbaars heeft gevonden. Zo'n vies ruikende hond is trouwens zeer aantrekkelijk voor andere honden.

Karakter en uiting ervan

Het karakter van de hond is deels genetisch bepaald, maar hoe de hond uiteindelijk reageert is vooral te danken aan de opvoeding die hij kreeg in het prille begin van zijn leven en nog continu krijgt van de eigenaar. Soms zie je die onhebbelijke karakters die bezoekers zonder aanleiding bijten, in huis plassen, bevelen straal negeren, de baas haast omver trekken bij het wandelen. In dit geval is zo'n hond door opvoedingsfouten een dominant lid van de roedel geworden en eist ie zelf gehoorzaamheid van de andere roedelleden (de andere leden van het huisgezin). Dus kan men eigenlijk niet over een abnormaal gedrag spreken, het dier volgt gewoon zijn instinct. U moet als baas altijd de baas blijven, zeer consequent zijn in uw opvoeding, een dier met een moeilijker (lees dominanter) karakter moet u op tijd ontdekken en bijsturen. Men oogst inderdaad wat men zaait. Eens het dier te dominant reageert in het gezin, moet u streng opvoeden en het liefst professionele hulp erbij halen. Ondanks het feit dat uw hond goed opgevoed is, zal hij bepaalde voorkeuren ontwikkelen in het wel of niet accepteren van bepaalde mensen die uw huis betreden. De ene bezoeker zal hij snel accepteren, de andere zal ie zelfs bijten. Dat heeft ook veel te maken met de bezoeker zelf: bepaalde mensen zijn van nature gespannen en bewegen krampachtiger en schokkerig. Deze bewegingen komen voor in de hondenwereld bij vijandige of nerveuze ontmoetingen, wat de hond in alarmtoestand brengt. Indien diezelfde bezoeker ook nog bang is voor de hond, zal ie daar bovenop nog terugtrekkende bewegingen maken en dat is voor de hond het signaal om aan te vallen.

Komt in het karakter van de hond ook het zogenaamde schuldgevoel voor? Wie heeft zijn hond al eens niet onderdanig zien wegkruipen, wanneer de baas het plasje op het tapijt ontdekt of de kapotgebeten slof. De hond is uiterst gevoelig voor veranderingen in gemoed of houding, hij kent uw manier van boos worden van bij de allereerste veranderingen in uzelf, lang voor u verbaal gaat reageren. Dus hij nadert u zeer onderdanig, omdat hij weet dat er represailles gaan komen, hij probeert u te paaien met een onderdanig gedrag. Schuldgevoel is dit niet, wel een feilloos anticiperen op uw signalen.

Wat vinden honden leuk en hoe tonen ze dat ?

Eerst en vooral het spel. Bij de meeste dieren verdwijnt de speelsheid bij het volwassen worden. Niet bij de hond, in principe is hij blijven steken in het pupstadium omdat wij als roedelleider hem voeden, beschermen en vermaken, zodat het dier geen impuls krijgt voor volwassenheid. De hond blijft dus dol op spelen. De hond nodigt uit tot spelen als volgt: hij laat de voorste helft van zijn lichaam diep zakken, terwijl het achterlijf hoog staat, hij fixeert je en maakt kleine schokbewegingen naar voren, plots schiet hij weg en loopt hij rond in wijde cirkels. Uitnodigen kan ook door een duwtje met de snuit te geven, dit spruit nog voort uit het pupstadium: wanneer de pup met de snoet op de melkklieren duwt, komt er meer melk uit, een zeer aangename sensatie voor de pup. Wel is het van groot belang voor het spel dat de pup in zijn inprentings- en socialiseringsfase (van 2 tot 12 weken leeftijd) geleerd heeft niet te hard te bijten tijdens het spelen met nestgenoten en moeder, anders wordt het spel van een volwassen hond een pijnlijke en ongezellige zaak. Ook een pupje houdt van spelen, doch is in zijn spel veel desctructiever: hij kauwt op sloffen, speelgoed, kranten etc, hij zal dan ook hevig schudden met het object in de mond. Een pup is zeer nieuwsgierig. Een andere reden dat een pup op zaken kauwt is de tandwisseling : de pup moet echt kunnen kauwen om de melktandjes te verwijderen en het doorkomen van de definitieve te bevorderen. Een derde reden van dat kauwen is dat deze handeling een stimulans is tot het prooi-jagen en -vangen.

Het aaien vindt de hond ook heerlijk: de prettigste plaatsjes zijn de onderkant van de borst tussen de voorpoten, achter de oren kriebelen, een speelse hond zacht wegduwen en op de rug klopjes geven. Klopjes krijgen doet de hond meer dan aaien. Kinderen knuffelen graag met de hond, doch dit vindt de hond niet zo geweldig: het geeft een gevoel van niet meer weg te kunnen en kan soms angstreacties bij de hond oproepen. Een zalige sensatie voor de hond is wrijven ter hoogte van de kaken.

Hoe herkent u een onderdanige, bange of dominante hond ?

Dit is zeer belangrijk om uw verdere optreden tegen zo'n hond te bepalen.
Een onderdanige hond is gemakkelijk te herkennen: hij gedraagt zich als een pup, rolt zich op de rug en kan een beetje urine laten lopen. Het onderdanige dier kan ook proberen de snuit van de andere te likken vanuit een hurkpositie, alsof hij pup zou zijn die bij zijn moeder om eten bedelt.

Een bange hond is geen onderdanige hond, en een bange hond reageert als volgt : de staart wordt laag tussen de achterbenen geklemd, en dit vooral om de anaalklieren te bedekken die anders hun eigen sterke geur zouden verspreiden. Een tweede zaak is de visuele boodschap, een hoge staart maakt de hond groter en dominant, een lage staart doet net het tegendeel.

Een dominante hond zal dreigvertoon opvoeren om zich groter en sterker te doen lijken en om aan te tonen dat indien nodig hij zal aanvallen. Dat dreigvertoon bestaat uit visuele en olfactorische prikkels: het gebit wordt ontbloot, de bek staat open, de oren staan overeind en naar voren, de staart hoog, haren komen recht, de poten staan gestrekt, een starende blik, diep gegrom. Voor het tot zo'n dreigvertoon komt, zal de dominante hond de andere duidelijk maken dat die niets te vertellen heeft, door dwars voor de andere te gaan staan, zich zo groot mogelijk makend. Ook kan ie op de ondergeschikte springen in dekhouding: duidelijke hondentaal om te zegge : ophoepelen, ik ben de baas.

Hond en eten

De hond zal vaak zijn bot gaan begraven of proberen dit te doen met zijn etensbak die nog niet volledig leeg is. Zijn instinct vertelt hem dat hij een overschot van voedsel moet bewaren tot later en het beschermen tov aaseters en vliegen. Als de honger terug de kop opsteekt wordt het ondergegraven voedsel weer boven gehaald om verder op te eten.

Sommige honden eten gras, dit om 2 redenen, ten eeste een adequate vitamine-aanvulling op het vleesdieet en ten tweede bij spijsverteringsmoeilijkheden, het quasi onverteerbare gras zorgt voor makkelijk braken.

De hond en zijn zintuigen

Het zicht : Vroeger werd gezegd dat een hond geen kleuren ziet, doch recente studies hebben aangetoond dat het geringe aantal kegeltjes in het netvlies van het hondenoog, de hond een pastelachtig beeld moeten verschaffen van de wereld, dus geen kleurwaarneming zoals de mens, doch wel een kleurig beeld. Uiteraard, indien er minder kegeltjes zijn, zijn er meer staafjes in het netvlies, wat ervoor zorgt dat de hond erg goed bij zwak licht kan zien, in tegenstelling tot de mens. Daarbij zorgt een speciale reflecterende laag op het netvlies, het tapetum lucidum, dat de hond zwak licht nog beter kan benutten (het tapetum merkt u op als die reflecterende ogen in het donker). De hond is van nature bijziend, zodat een hond zeer goed bewegende objecten kan zien, doch minder goed stilstaande , daarom zal een prooi in eerste instantie stokstijf blijven staan om aan de hond te ontkomen. Ook het dieptezicht is slecht ontwikkeld omdat de ogen een klein overlappingsgebied hebben van hun gezichtsveld, wat dan wel het voordeel heeft dat de hond een ruimer gezichtsveld heeft zonder zijn hoofd daarvoor te moeten draaien.

Hondenoren zijn zeer gevoelig, vooral in het gebied van de hoge tonen, ver boven het vermogen van de mens. Wat de lage tonen betreft, staan hond en mens op hetzelfde niveau. De hond kan dus zeer goed reageren op geluiden die voor ons onhoorbaar zijn, ultrasonisch, en op dat principe zijn hondenfluitjes gemaakt. De neus is ook sterk ontwikkeld : een hele waairer van geuren, sommige voor ons niet waarneembaar, zullen de hondenneus prikkelen. Alhoewel het om welbepaalde geuren gaat, vb bloemengeuren, komen niet sterker over in een hondenneus dan bij de mens, zweetgeuren daarentegen worden duizenden keren sterker waargenomen dan door onze neus. Ook geuren van drugs en bommen worden zeer sterk waargenomen, veel steker dan de vaak gebruikte geuren om drugs ed te camfoufleren zoals parfum, tabak, uien, kruiden etc. Dan wil ik nog even het " 6 " zintuig van de hond aanstippen, namelijk het vermogen om over verre afstanden de weg naar huis terug te vinden : verschillende zaken spelen daarin een rol, oa het aanvoelen van het magnetische veld van de bodem. Honden voelen ook aardbevingen en onweders aan, dankzij hun gevoeligheid voor veranderingen in barometerdruk of statische electriciteit.

Er zijn nu ook studies gaande over het bestaan van warmtedetectoren in de hondenneus, zodat er een verklaring is gevonden voor bijv de St. Bernard die mensen onder een lawine terug vindt. Onvoorstelbaar is die theorie absoluut niet, ook bij andere diersoorten zoals bijv de slang is het bestaan van zulke detectoren aangetoond.

Losse opmerkingen ivm gedragingen

Wat een hondeneigenaar ook vaak opmerkt is het hijgen van de hond. Dit doet ie niet omdat ie zo erg moe is, zoals de mens dat kan doen na een holpartijtje, de hondenlong heeft immers een capaciteit waar menig atleet jaloers zou op zijn. De hond doet dit voornamelijk om warmte kwijt te raken : hij heeft namelijk enkel zweetklieren op de voetzolen, dus om warmte kwijt te raken moet ie vocht verdampen via het hijgen en via meer drinken om de tong voldoende vochtig te houden zodat ie kan blijven verdampen en aldus afkoelen.

Abnormaal gedrag

Tot slot, na een betoog over normale gedragingen bij de hond wil ik toch 1 abnormaal gedrag aanstippen, omdat het vaak gezien wordt : nl het in cirkels achter de staart jagen : het dier rent met grote snelheid in het rond in een poging zijn staart te pakken te krijgen. Gebeurt dit af en toe, is dit een normaal spelletje, maar het hardnekkig jagen is een psychologische kronkel, een OCD (obsessive compusive disorder). Andere voorbeelden van afwijkend stereotiep gedrag is ijsberen, kop schudden, nagelbijten etc (kijk maar eens naar de dieren in de dierentuin die te klein gehuisvest zijn of zich mateloos vervelen).

Over hondengedrag en -psychologie valt heel wat te vertellen. Dit artikeltje is dan ook maar een zeer beperkte greep uit de hondenpsychologie en gedragsleer, en opgesteld aan de hand van veel gestelde vragen in de dierenartsenpraktijk, dus zeker niet volledig, noch logisch opgesteld.

Gedragstherapie voor hond en eigenaar

Bij een hond met probleemgedrag kan een gedragstherapeut professionele hulp bieden. Wij kunnen u adviseren over de keuze van een goede gedragstherapeut.

Hulp bij probleemgedrag

Bij "gedragstherapie" krijgt een eigenaar hulp met begeleiding aan huis. Hij leert dan technieken om het gedrag van de hond te veranderen, zo nodig met gebruikmaken van sommige hulpmiddelen.

Er kunnen verschillende soorten van gedrag behandeld worden die voor de eigenaar problematisch of  ongewenst zijn, zoals niet alleen kunnen zijn, agressie naar mensen of andere honden, onzindelijkheid, veel blaffen, etc. Het voordeel van begeleiding thuis is dat de hond geobserveerd en getraind kan worden in zijn eigen territorium (zowel binnen als buiten).

Werkwijze

Bij het eerste bezoek neemt de gedragstherapeut een uitgebreide anamnese af (meestal 1 tot 1½ uur, afhankelijk van de problemen die er spelen). Het gaat om informatie over het probleemgedrag (wanneer, waar, hoe, tegen wie/wat, hoe lang, hoe vaak, sinds wanneer etc.), over het gedrag van de hond in overige situaties, de omgang met de eigenaar (uitlaten, voeding, belonen, straffen, training etc.) alsmede herkomst en gedragsachtergrond van de hond.

Op deze manier wordt een zo compleet mogelijk beeld verkregen van het gedrag en het karakter van de hond èn van de wijze waarop de eigenaar met de hond omgaat. Zo nodig wordt met behulp van een korte gedragstest of een wandeling de relatie tussen de eigenaar en de hond uitgebreider beoordeeld.

Na deze analyse stelt de gedragstherapeut de eigenaar een behandeling voor. Belangrijk is dat de eigenaar inzicht krijgt in de oorzaken van het probleem en de rol die hij/zij speelt bij de ontwikkeling van het gedrag.

Therapiemethoden

De eigenaar leert stap voor stap op een andere manier met de hond om te gaan. Hij moet op de verschillende onderdelen met de hond oefenen met behulp van de juiste hulpmiddelen (b.v. een halster tegen het trekken aan de lijn of uitvallen naar andere honden).
De keuze van de therapiemethoden zijn afhankelijk van het karakter van de hond (waarvoor is hij gevoelig ?, is er kans op agressie?) en het type eigenaar. Met beide dient rekening gehouden te worden, het gaat immers om een specifieke relatie.

De kans op succes hangt af van de bereidheid van de eigenaar om de adviezen op te volgen. Hij moet de tijd en het geduld opbrengen om met de hond bezig te zijn.

Typen probleemgedrag

De twee meest voorkomende problemen zijn agressie naar mensen (vaak naar kinderen) en het niet alleen kunnen zijn (blaffen/huilen, vernielen en/of onzindelijkheid als de hond alleen gelaten wordt).

Ook veel voorkomend zijn agressie naar andere honden, angst, onzindelijkheid en overmatig blaffen bij verschillende gelegenheden. Meestal komen meerdere problemen tegelijkertijd voor.

Vaak is het volgen van een gehoorzaamheidscursus alleen niet voldoende of zelfs (nog) niet mogelijk (b.v. bij het uitvallen naar andere honden). Hoe eerder de eigenaar echter professionele hulp zoekt, des te sneller en eenvoudiger is het probleem te verhelpen!

Samenwerking

Veel gedragstherapeuten werken samen met dierenartsen. Er kunnen immers lichamelijke problemen de oorzaak zijn van probleemgedrag. In die gevallen of bij het vermoeden daarvan wordt de eigenaar eerst verwezen naar de dierenarts.

Dat geldt ook voor gevallen waar medicatie of (chemische) castratie nodig is ter ondersteuning van de therapie. Dierenartsen verwijzen op hun beurt eigenaren naar een gedragstherapeut voor behandeling van probleemgedrag.

Bron: Artikel “gedragstherapie voor hond én baas”; J.van der Borg

Spelen met de hond

Veel honden vinden het leuk om met hun baasje te spelen. Dit is ook de ideale manier om de band tussen hond en mens in stand te houden en te verbeteren. Hieronder vindt u een aantal tips voor spelletjes. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer leuke spelletjes te verzinnen.

Zoekspelletje

Laat de pup een koekje zien en zeg: wacht. Leg het dan goed zichtbaar neer en zeg: zoek! Natuurlijk vindt hij het koekje. Langzaam maak je het steeds iets moeilijker. Zorg ervoor dat de pup er elke keer in slaagt om het koekje te vinden. Als het te moeilijk is gaat de lol er vaak snel af.

Koekje vangen

Laat een koekje los vlakbij de bek van de pup. Als je het loslaat zal hij het waarschijnlijk gemakkelijk kunnen vangen. Zeg dan: “vang”! en ga door tot je het koekje steeds van verderaf kunt gooien.

High five

Leer de pup eerst om een poot te geven. Daarna houdt je je hand omhoog en probeer je hem z’n poot tegen de palm van je hand te laten geven.

Verstoppertje in het bos

Probeer tijdens de wandeling als de hond even niet oplet u te verstoppen. Dolle pret als u weer gevonden bent!! De hond zal nog beter op u gaan letten!

Brokje vissen

Nodig: een diep bord of platte bak, water en iets lekkers.
Laat de hond bedenken hoe het koekje uit die bak gevuld met water te halen is.

Sorteerspelletje, voor meer gevorderden

Nodig: een aantal verschillende speeltjes of voorwerpen
Leer de hond eerst namen door als u een speeltje weggooit steeds te zeggen “pak .....”. Pas als die naam een aantal keer herhaald is begint u de volgende keer met iets anders, niet teveel achter en door elkaar. Zodra u denkt dat de hond een aantal namen kent, legt u die voorwerpen dan naast elkaar en vraag of hij iets haalt wat u vraagt. Natuurlijk ook iedere keer weer uitbundig belonen.

Vaccineren van de hond

Vaccineren tegen de belangrijkste infectieziekten bij de hond mogelijk. Niet alle honden echter lopen evenveel risico. In principe moet daarom voor elke patiënt een eigen vaccinatieschema opgesteld worden.

Basisschema

Op dit moment is een basisschema voor vaccinatie bij de hond:

  • eerste vaccinatie op 6 weken leeftijd tegen hondenziekte en parvo
  • op 9 weken tegen parvo en ziekte van weil (leptospirose)
  • op 12- 13 weken tegen hondenziekte, leverziekte, parainfluenza, ziekte van weil en parvo
  • op 12 maanden tegen hondenziekte, leverziekte, parainfluenza, ziekte van weil en parvo
  • vanaf 12 maanden leeftijd jaarlijks vaccineren tegen ziekte van weil
  • 1x per 3 jaar vaccineren tegen hondenziekte, leverziekte, parainfluenza en parvo
  • 1x per 3 jaar vaccineren tegen rabiës bij reizen naar het buitenland in EU landen, voor sommige landen gelden speciale regels zie hiervoor website van de ambassade van het betreffende land.
  • voor bezoek aan een pension is meestal vaccinatie vereist tegen kennelhoest, dat kan door middel van een jaarlijkse druppelvaccin in de neus.
  • pensions en kennels kunnen hun eigen eisen stellen ten aanzien van de vaccinatiestatus, informeer bij bezoek aan een pension of kennel ruim van te voren naar de eisen.

Hondenziekte

Als een hond hondenziekte heeft kan deze ernstig ziek worden. Ze hebben koorts, ontstoken oogleden en neusslijmvlies, hoesten en diarree. Soms is er aantasting van het zenuwstelsel, of verdikking van de hoornlaag op neus en voetzolen. Sommige honden worden dusdanig ziek dat ze overlijden. Doordat veel mensen hun hond laten vaccineren, komt hondenziekte in Nederland steeds minder voor. Pas goed op als u met uw hond naar het buitenland gaat of honden importeert. Fokkers en asiels zijn verplicht pups voor de leeftijd van 7 weken tegen hondenziekte te vaccineren. Het is belangrijk deze op 12 weken en 1 jaar leeftijd te herhalen. Daarna dient deze vaccinatie 1 maal per 3 jaar gegeven te worden.

Parvo

Een parvovirusbesmetting bij de hond wordt gekenmerkt door ernstige, bloederige diarree en braken. Dit leidt tot verlies van veel vocht waardoor de hond uit kan drogen. Daarnaast hebben honden met parvo een slechte afweer tegen andere ziekten. De behandeling is arbeidsintensief, en zelfs dan kan het voorkomen dat de hond er aan overlijdt. Het virus blijft lang in de omgeving aanwezig, mede hierdoor komt parvo regelmatig voor. Parvo-infecties komen vooral voor bij jonge dieren. Bepaalde rassen, zoals de Duitse herder, dobermann en rottweiler, zijn erg gevoelig voor parvo. Fokkers en asiels zijn verplicht pups voor de leeftijd van 7 weken tegen parvo te vaccineren. Omdat niet alle pups een goede afweer krijgen na deze vaccinatie, dient deze vaccinatie op 9 en 12 weken herhaald te worden. Vervolgens herhalen op 1 jaar leeftijd, daarna eens in de 3 jaar.

Ziekte van Weil

Ziekte van Weil wordt ook wel leptospirose genoemd, en kan ook bij mensen voorkomen. Het wordt uitgescheiden in de urine en overgedragen via besmet (zwem)water. Het belangrijkste verschijnsel is een nierziekte. Het kan in ernstige gevallen tot de dood leiden. Eenmalige vaccinatie levert onvoldoende bescherming op, de vaccinatie dient ongeveer 3 weken na de eerste herhaald te worden. De vaccinatie wordt meestal gecombineerd met de vaccinatie tegen Parvo op 9 en 12 weken leeftijd. Daarna is het verstandig de hond op 1 jaar leeftijd opnieuw te enten, en dit jaarlijks te herhalen.

Besmettelijke leverziekte (hepatitis)

Besmettelijke leverziekte wordt veroorzaakt door een virus, welke gelukkig niet vaak meer voorkomt. Er ontstaat een ontsteking van de lever. De verschijnselen zijn vaak onduidelijk, waardoor de dierenarts vaak verder onderzoek moet doen. De ziekte kan bij alle leeftijden voorkomen. Pups worden gevaccineerd tegen leverziekte op 12 weken. Herhaling vindt plaats op 1 jaar leeftijd. Daarna is het afdoende eens in de 3 jaar te enten.

Kennelhoest

Er zijn meerdere virussen en bacteriën die kennelhoest kunnen veroorzaken. Parainfluenza is een van de virussen die kennelhoest geeft. Hiernaast is de bacterie Bordetella een belangrijke veroorzaker van kennelhoest. Honden met kennelhoest hebben een droge hoest die vaak gepaard gaat met kokhalzen. Het komt met name voor na intensief contact met andere honden. Pensions en hondenscholen kunnen een kennelhoestvaccinatie als vereiste stellen. Een neusdruppelvaccinatie, die wij hier geven, geeft na eenmalige toediening binnen 3 weken bescherming tegen kennelhoest. Bij een onderhuidse enting dient na 3 weken herhaald te worden om goede bescherming te geven. Van beide vaccinaties is de werkzaamheid 1 jaar.

Rabiës

Rabiës wordt ook wel hondsdolheid genoemd. Gelukkig is hondsdolheid in Nederland zeldzaaam. In andere landen is het een groter probleem. De ziekte wordt overgebracht via speeksel. Het kan maanden duren voordat er verschijnselen optreden. De ziekte tast de hersenen aan en dieren en mensen met rabiës gaan binnen een week na start van de verschijnselen dood aan deze ziekte. Meestal brengen honden door middel van speeksel de infectie op de mens over, daarom is vaccinatie van honden, daar waar kans is op rabiës, van groot belang. Als u met uw hond of kat naar het buitenland reist is een vaccinatie tegen rabiës verplicht. De vaccinatie wordt door veel landen pas na 21 dagen als geldig beschouwd. De vaccinatie kan gegeven worden vanaf 3 maanden leeftijd, en werkt 3 jaar. Er zijn enkele landen (o.a. Scandinavië en Verenigd Koninkrijk) die daarnaast aanvullende eisen stellen. Informeer daarom ruim voor vertrek naar de eisen. U kunt op de website van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (www.licg.nl(externe link)) kijken naar de invoereisen per land.

Castratie van een reu

Bij een castratie worden beide testikels weggenomen. Er zijn verschillende redenen om een reu te castreren.

  • Onvruchtbaar maken van de reu, tot 6 weken na de castratie kan de reu nog bevruchten.
  • Weglopen van de reu vanwege loopse teven.
  • Recidiverende voorhuidontsteking: Castratie geeft bij 90% van de gevallen een duidelijke vermindering van de pussige uitvloeiing uit de voorhuid.
  • Perianaalkliergezwellen verkleinen of verdwijnen meestal na castratie.
  • Diverse prostaatproblemen.
  • Tumoren of ontstekingen van de bal of bijbal.
  • Geslachtsgebonden ongewenst gedrag zoals:
    - tegen iets of iemand ‘oprijden’.
    - agressief gedrag naar andere honden of mensen. Castratie helpt niet altijd tegen agressie, alleen bij hormoon-gebonden agressie is castratie zinvol. Om na te gaan of castratie zinvol is kan er eerst chemische castratie uitgevoerd worden. Dit houdt in dat de reu een onderhuids implantaat krijgt die een werkingsduur heeft van van 6 maanden tot 1 jaar afhankelijk van de grootte van de hond. Vaak is de uitwerking van dit implantaat hetzelfde als van een castratie.

Nadeel van de castratie kan zijn dat de hond dikker wordt omdat zijn energiebehoefte 20 tot 30% lager wordt. Verstandig is om 1/3 tot 1/4 van de hoeveelheid voer af te halen.

Andere nadelen kunnen zijn dat de hond meer kans heeft op bepaalde tumoren, die gelukkig ook bij gecastreerde reuen erg zeldzaam zijn. Ook scheuringen van de voorste kruisbanden komen vaker voor bij gecastreerde reuen. Er zijn een aantal rassen waarbij dit vaker voorkomt, namelijk bij Akita, Amerikaanse Staffordshire Terrier, Chesapeake Bay Retriever, Duitse herder, Golden Retriever, Labrador Retriever, Mastiff, Mastino Napolitano, Newfoundlander, Poedel en Sint Bernhard.

Sterilisatie van een teef

Loopsheid

Een teef is vruchtbaar gedurende een deel van de loopsheid. De loopsheid duurt ongeveer 3 weken. Gedurende haar hele leven wordt de teef periodiek loops; gemiddeld twee keer per jaar. De eerste loopsheid treedt op de leeftijd van 6 tot 18 maanden op, bij kleine rassen eerder dan bij grote rassen.

De loopsheid is te herkennen aan het opzwellen van de vulva, het aantrekkelijk worden voor reuen en het bloedverlies uit de vulva.

Vruchtbaarheid

Tijdens de loopsheid is de teef gedurende enkele dagen vruchtbaar, gemiddeld rond de 11e-12e dag, maar dit kan per individu verschillen! Daarom is het belangrijk om de teef gedurende de hele loopsheidperiode strikt aangelijnd te houden.

Drachtigheid voorkomen

Voorkomen dat de teef drachtig wordt kan op drie verschillende manieren, en aan elke keus zitten voor- en nadelen:

  • Teef loops laten worden en voorkomen dat ze gedekt wordt.
  • Sterilisatie.
  • Injecties tegen de loopsheid.

Sterilisatie

De belangrijkste reden voor sterilisatie is het voorkomen van de loopsheid, maar er kunnen ook medische redenen zijn (baarmoederontsteking, suikerziekte en recidiverende schijnzwangerschap). 
De eileiders worden niet afgebonden, maar de eierstokken (en indien nodig de baarmoeder) worden geheel verwijderd. Daarom is het beter te spreken van castratie.

Voordelen

- Geen risico meer op baarmoederontsteking: doordat de hormonale invloed van de eierstokken niet meer aanwezig is.
- Minder kans op suikerziekte.
- Geen schijnzwangerschap meer.
- Niet kunnen lijden aan acromegalie (reusgroei): deze aandoening ontstaat door een overdaad aan groeihormoon, die ten gevolge van progesteron overmatig gevormd kan gaan worden.
- Afname kans op melkkliertumoren. 25% van de niet gesteriliseerde teven ontwikkelt melkkliertumoren onder invloed staat van hormonen (progesteron). Wanneer deze hormonen worden weggenomen (door het weghalen van de eierstokken) zal de kans op melkkliertumoren kleiner worden. Het positieve effect t.a.v. het voorkómen van kwaadaardige melkkliertumoren is groter naarmate de teef jonger gesteriliseerd wordt en heeft geen effect als na de 4de loopsheid wordt gesteriliseerd.

Nadelen

- Het is een onomkeerbare ingreep.
- De operatie op zich heeft natuurlijk altijd een zeker risico, hoewel in deze situatie gering.
- Toename lichaamsgewicht; veroorzaakt door een verandering in stofwisselingsniveau t.g.v. wegnamen van de hormonen. Overgewicht kan voorkomen worden door de voerhoeveelheid aan te passen.
- Veranderingen van het karakter; de honden worden niet slomer. Jonge honden die voor de eerste loopsheid gecastreerd worden en toen al fel waren, worden soms agressiever.
- Veranderingen van de vachtstructuur bij sommige rassen; de vacht wordt dikker, krulliger en moeilijker te onderhouden.
- Ontwikkeling van incontinentie; deze incontinentie wordt ‘hormonaal’ veroorzaakt. Dit komt vaker voor bij honden van grote rassen (>20kilo). Er zijn enkele rassen die een verhoogd risico hebben: Boxer, Dobermann, Dwergpoedel, Old Englisch Sheepdog, Weimaraner, Riesen Schnauzer, Rotweiller, Bouvier, Reuzenschnauzer, Springer Spaniel en Ierse Setter.
- Grotere kans op bepaalde tumoren, die gelukkig weinig voorkomen.
- Grotere kans op scheuren van de voorste kruisbanden, met name bij Akita, Amerikaanse Staffordshire Terrier, Chesapeake Bay Retriever, Duitse herder, Golden Retriever, Labrador Retriever, Mastiff, Mastino Napolitano, Newfoundlander, Poedel en Sint Bernhard.

Daarnaast zal ook over de leeftijd waarop de operatie uitgevoerd zal gaan worden, gedacht moeten worden. Ons advies is om voor de eerste loopsheid te steriliseren (vanaf 6 maanden oud). Eventueel 3 maanden na het begin van de eerste loopsheid. Men zegt wel eens dat het beter is om de teef voor de operatie eerst een nestje te laten krijgen, maar dat is niet waar!

Leest u ook meer over de nieuwere methode van sterilisatie, namelijk de sterilisatie door middel van een laparoscopische operatie.

Injecties tegen de loopsheid

De injectie betekent 1 maal per 5 maanden een injectie met het geslachtshormoon progesteron.

Voordelen:

  • Geen operatie
  • Geen risico op incontinentie.

Nadelen:

  • Veel meer kans op ontwikkeling van melkkliertumoren
  • Veel meer kans op ontwikkeling van baarmoederontsteking
  • Kans op ontstaan van suikerziekte en acromegalie
  • Haaruitval op de injectieplaats

Vanwege de vele nadelen aan deze injectie, raden wij het gebruik hiervan sterk af en maken wij hier (bijna) geen gebruik van in onze praktijk!

Techniek van de sterilisatie

Voor de operatie moet de hond vasten. De reden hiervoor is dat sommige honden kunnen braken van de narcose, waardoor er een kans is op een longontsteking t.g.v. verslikken. De hond moet 8 uur nuchter zijn, maar mag wel water drinken. De hond wordt vervolgens onder narcose gebracht, op haar rug gelegd en de buik wordt geschoren en gewassen.

Reguliere (oude) methode van steriliseren

Er wordt een snee gemaakt in de buikwand. Vervolgens worden de eierstokken afgebonden en verwijderd. De baarmoeder wordt alleen verwijderd als zij afwijkingen vertoont.
Wanneer alleen de eierstokken hoeven te worden verwijderd, zal er slechts een kleine wond zijn.

Laparoscopische (nieuwe) methode

Dit is de kijkoperatie methode. Er worden drie kleine sneetjes gemaakt waardoorheen het apparatuur de buik ingebracht worden. Deze methode is erg veilig en mooi doordat alles wat er in de buik gebeurt groot op schermen te zien is. Meer informatie vindt u hier.

Complicaties van de operatie

Bij iedere operatie kunnen zich problemen voordoen. De ernstigste is het nabloeden uit een stomp. Dit komt bij een goede techniek zelden voor, bovendien blijft de hond altijd op de kliniek tot zij goed uit de narcose ontwaakt is. In deze tijd controleren wij de hond regelmatig.
Wondinfecties zijn een andere complicatie en worden meestal veroorzaakt doordat de hond aan de hechtingen of de wond likt.

Instructies tanden poetsen hond (en kat)

Met behulp van onderstaande foto’s geven wij u een leidraad over hoe u het poetsen van het gebit van uw hond in stappen aan kunt pakken. Het tanden poetsen is iets dat u stapsgewijs aan moet pakken en het zal daarom een paar weken duren voordat u dit helemaal bij uw hond kunt doen. Er wordt geadviseerd om het gebit van uw hond minstens 3 keer per week te poetsen, maar uiteraard zou het nog beter zijn om dit elke dag op een vast moment te doen. Belangrijk is dat u uw hond na elke stap van dit proces en elke keer poetsen beloont.

Tanden poetsen; de verschillende stadia:

Stap/week 1: Lip langzaam optrekken vanuit de mondhoeken.

Stap/week 2: Strijk met uw vingers aan de buitenkant van de wangen ter hoogte van de kiezen en hoektanden.

Stap/week 3: Wikkel een gaasje om uw vinger en masseer hiermee langs de grote kiezen terwijl u de lip optrekt.

Stap/week 4: Als uw dier stap 3 goed toelaat kunt u het langzaam proberen met een tandenborstel (voor dieren). Hiervoor hoeft de bek niet geheel open. Gebruik speciale tandpasta’s voor honden.

Wij wensen u veel succes met het tanden poetsen van uw hond.

Honden en BARF

Wij merken dat het voeren van BARF (Bones And Raw Food) steeds populairder wordt onder hondeneigenaren (en soms ook katteneigenaren). Dit vanwege de veel genoemde positieve effecten op de ontlasting en de vacht. BARF is echter iets wat je niet zomaar kunt toepassen. Het is belangrijk om de voeding zó samen te stellen dat uw hond een complete voeding krijgt (net zoals bij de brokken door de fabrikant is gedaan). Uit recent onderzoek is namelijk gebleken dat vele BARF diëten geen complete voeding vormen. Bij BARF voeding blijkt ongeveer 1 op de 10 honden een te laag calcium in het bloed te zijn. Bij 1 op de 5 honden zou er een te laag fosfaat in het bloed zijn. Bij  meer dan de helft van de honden werd een te laag vitamine A en regelmatig een afwijking in het vitamine D gehalte gevonden.

Wij, als praktijk, zijn niet tegen het voeren van BARF, maar laat u van tevoren goed informeren zodat u aan uw hond een complete voeding aanbiedt. Tevens moet u opletten met (kleine) kinderen en andere personen met een verzwakt immuunsysteem. Aangezien BARF rauw is bevat het meer bacteriën en kan dus schadelijk zijn voor sommige personen in de omgeving.

Tropische ziekten

Babesia

Bij honden komen een aantal ‘tropische ziekten’ voor die door parasieten worden veroorzaakt en die honden in het buitenland kunnen oplopen. Voorbeelden van deze ziekten zijn Leishmaniasis, Babesiose, Erlichiose en Hartwormziekte. Hier volgt wat informatie over Canine Babesiose. Deze ziekte wordt niet beschouwd als zoönose en is dus niet overdraagbaar van dier op mens.

Meldingen van babesiose bij de kat vinden voornamelijk plaats in Zuid-Afrika en weinig in Europa. Hier wordt nog steeds onderzoek naar gedaan.

Algemene informatie en overdracht

De verschillende Babesia soorten die bij honden voorkomen behoren tot de protozoa (eencellige parasieten). Babesia wordt overgedragen door teken. Voordat een hond geïnfecteerd kan worden door de teek moet de teek enkele dagen op de hond zitten (de reden om uw hond regelmatig op teken te controleren en deze goed te verwijderen). De protozoa leven en vermenigvuldigen zich in de rode bloedcellen. De ziekte kan ook worden overgedragen van teef op de puppy’s. Teken die nog geen Babesia bij zich dragen kunnen drager worden van deze parasiet wanneer zij zich voeden op een met Babesia geïnfecteerde hond. Slechts bij één Babesia soort (Babesia gibsoni) ís beschreven dat de ziekte via bijtwonden van hond op hond kan worden overgedragen.

De betreffende teken komen met name voor in warme Middellandse Zee gebieden. Een aantal jaar geleden zijn er echter teken in de regio van Den Haag gevonden die drager waren van Babesia.

Verschijnselen

De ziekte gaat niet altijd gepaard met symptomen. De incubatietijd is 10-21 dagen. Geïnfecteerde rode bloedcellen gaan antigenen van de parasiet op hun membraan dragen waardoor ze worden opgeruimd door het immuunsysteem van de hond zelf. Tevens tasten de parasieten de rode bloedcellen ook direct aan. Doordat er rode bloedcellen worden afgebroken kan er een bloedarmoede (anemie) ontstaan. De rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof naar de verschillende organen en bij afbraak van deze rode bloedcellen krijgen de verschillende organen te weinig zuurstof. Hierdoor kan onder andere nier- en leverfalen ontstaan. Ook kunnen de bloedplaatjes (die verantwoordelijk zijn voor de bloedstolling) worden aangetast, maar dit leidt zelden tot verschijnselen.

De verschijnselen bij honden kunnen uiteen lopen van mild tot zeer ernstig. Er kunnen vage verschijnselen zijn zoals sufheid, braken, niet willen eten, koorts, een verhoogde hartfrequentie en een verhoogde ademfrequentie. De slijmvliezen kunnen bleek zijn en soms geel door leverfalen. De verschillende organen kunnen minder goed gaan functioneren wat zelfs kan leiden tot de dood.

Katten met babesiose die gemeld zijn vertonen lusteloosheid, geen eetlust, zwakheid en diarree. Koorts en geelzucht komen weinig voor.

Diagnostiek

De dierenarts zal via de anamnese (vraaggesprek) al een vermoeden kunnen krijgen. Bij het lichamelijk onderzoek kunnen bleke slijmvliezen, koorts, een verhoogde hart- en ademfrequentie, een vergrote milt en lever worden gevonden. Nadere diagnostiek gebeurt door middel van urine- en bloedonderzoek. Ook zal er een uitstrijkje (een druppel bloed wordt uitgesmeerd op een microscoopglaasje) worden gemaakt waar de parasieten soms direct op gezien kunnen worden. Tevens zijn er modernere technieken in verschillende laboratoria, zoals de PCR (poly chain reaction), om de ziekte aan te tonen.

De afbeelding laat een bloeduitstrijkje zien van een jonge hond waarin in verschillende rode bloedcellen de parasieten kunnen worden gezien.

Therapie en preventie

Indien er sprake is van babesiose dient de hond met imidocarb dipropionaat behandeld te worden. Dit gebeurt twee keer met een tussentijd van twee weken. Natuurlijk moeten ook de symptomen van de ziekte aangepakt worden. Als er ook sprake is van Erlichiose moet de hond ook met het antibioticum doxycycline behandeld worden. De belangrijkste methode om de ziekte te voorkomen is om aan goede tekenpreventie te doen. Vaccinatie tegen Babesia is ook mogelijk, echter de werking hiervan is gering.

Lees verder

www.bloedziektenbijdieren.nl/babesia

De site van ESCCAP

Erlichiose

Algemene informatie en overdracht

Erlichiose kan veroorzaakt worden door verschillende Erlichia soorten. Het zijn bacteriën (dus eigenlijk geen parasiet) die door een andere soort teek wordt overgedragen dan Babesia. Deze teek komt ook met name voor rond Middellandse Zee gebieden. De bacteriën gaat in monocyten zitten, dit zijn cellen van het immuunsysteem die in de bloedbaan voorkomen.

Verschijnselen

Er zijn verschillende fasen in de ziekte te onderscheiden. Na 1 tot 3 weken incubatietijd begint de acute fase. Deze duurt 2 tot 4 weken en de verschijnselen kunnen bestaan uit koorts, neus- en ooguitvloeiing, minder eetlust, gewichtsverlies, dyspneu (benauwdheid) en afwijkende lymfeknopen. Na de acute fase komt de subacute fase waarin er geen verschijnselen zijn. Deze fase kan maanden tot jaren duren. Sommige honden ruimen de infectie op en bij andere honden gaat de infectie over in de chronische fase. De verschijnselen die hierbij kunnen horen zijn gewichtsverlies, bleke slijmvliezen, buikpijn, bloedingen, vergrote lymfeknopen, een vergrote milt, een vergrote lever, veel drinken en veel urineren, afwijkingen aan het oog of aan het zenuwstelsel, dyspneu, ritmestoornissen van het hart en gewrichtsontstekingen.

Diagnostiek

In de anamnese (vraaggesprek) kan al een vermoeden ontstaan dat er een infectie uit het buitenland een rol speelt. Tijdens het lichamelijk onderzoek kunnen er verschillende dingen worden gevonden, zoals bleke slijmvliezen, dyspneu, vergrote lymfeknopen, een vergrote milt en/of lever. Nader onderzoek zal onder andere bestaan uit bloedonderzoek. Tijdens routine bloedonderzoek kan onder andere een bloedarmoede en een laag aantal bloedplaatjes (nodig voor de bloedstolling) worden gevonden. Antilichamen tegen Erlichia kunnen in het bloed worden bepaald met IFT (immunofluorescentietest). De antilichamen kunnen 2-4 weken na de infectie in het bloed ontstaan. Met een andere test, de PCR (poly chain reaction) kunnen antigenen (stukjes van Erlichia zelf) worden aangetoond in het bloed. Ook kan er een bloeduitstrijkje worden gemaakt waarbij de bacteriën soms in de monocyten zelf te zien zijn.

Op de afbeelding is een monocyt te zien die geïnfecteerd is met de Erlichia bacterie.

Therapie en preventie

Erlichiose kan behandeld worden met doxycycline, een antibioticum. Hiernaast moeten natuurlijk ook de symptomen worden aangepakt. Hiervoor is het soms zelfs nodig een bloedtransfusie te doen. De prognose voor honden die in de acute fase behandeld worden is goed. Honden die pas in de chronische fase gediagnosticeerd en behandeld worden hebben een slechtere prognose. Belangrijk voor de preventie is een goede tekenbestrijding. Zorg er daarom voor dat u de juiste middelen hiervoor meeneemt en uw hond regelmatig controleert of het geen teken bij zich draagt.

Lees verder

http://vetmedicine.about.com/od/glossaryterms/a/CW-Ehrlichiosis.htm

http://www.cfsph.iastate.edu/Factsheets/pdfs/ehrlichiosis.pdf

Hartwormziekte

Er zijn verschillende hartwormen. Van de Franse hartworm (Angiostrongylus vasorum) werd eerst gedacht dat het alleen in het buitenland voorkomt. Echter, sinds 2007, komt het ook in Nederland voor, namelijk in de noord-west rand van de Veluwe en in Den Haag. Andere hartwormen, zoals de Dirofilaria immitis en de Dirofilaria repens, komen niet in Nederland voor en worden gevonden in de warmere gebieden zoals rond het Middellandse Zeegebied. Bij katten komen hartwormen een stuk minder voor dan bij honden.

Levenscyclus Franse Hartworm

Slakken zijn meestal de tussengastheer van de Franse hartworm. Slakken komen in aanraken met hondenontlasting waarin larven van de Franse hartworm kunnen zitten. In de slak ontwikkelt de hartwormlarve zich verder tot een infectieuze larve (een larve die weer in staat is zich verder te ontwikkelen in de hond). Honden raken daarmee besmet wanneer ze een slak opeten. De hond (en ook de vos) is de eindgastheer van de Franse hartworm.  De infectieuze larven ontwikkelen zich in de hond tot volwassen wormen. De volwassen wormen zijn 15 tot 25 mm lang en bevinden zich in de rechterhartkamer en de grotere aders van het hart. Ze leggen eieren welke met de bloedstroom naar de longen worden vervoerd. Daar lopen ze vast en komen ze uit. De larven die uit de eieren komen trekken door de longen en worden door de hond opgehoest en weer ingeslikt. Zo komen ze weer in het maagdarmkanaal waar ze uiteindelijk weer met de ontlasting in de vrije omgeving terecht komen totdat ze zich weer verder kunnen ontwikkelen in een tussengastheer (meestal de slak).

Levenscyclus Dirofilaria

De Dirofilaria wormen zijn parasieten die met name voorkomen bij hondachtigen. Ze kunnen ook bij andere gastheren voorkomen, onder andere bij de mens, echter hier ontwikkelt de parasiet zich meestal niet tot volwassen vorm. Verschillende soorten bloedzuigende muggen zijn tussengastheer van de worm en infecteren zich wanneer zij bij een geïnfecteerde hond bloed zuigen. De volwassen vrouwelijke wormen in de hond scheiden namelijk microfilariae (langwerpige larfjes) af in de bloedbaan. In de mugjes ontwikkelen zij zich verder tot infectieuze stadia. De infectieuze stadia kan weer aan een hond worden overgedragen tijdens het bloed zuigen. Deze larven ondergaan een uitgebreide migratie door het lichaam voordat ze uiteindelijk in de longslagaders en het rechterhart komen waar ze zich weer ontwikkelen tot volwassen wormen en zich gaan voortplanten. De volwassen wormen kunnen 7 jaar blijven leven. Bij sommige hartwormsoorten ontwikkelen de volwassen wormen zich ook elders in het lichaam waar ze niet pijnlijke bulten kunnen veroorzaken.

Verspreiding van hartworm

Verschijnselen

Het zijn vaak chronisch verlopende aandoeningen waarbij er jaren niks gemerkt wordt. Daarna ontstaan er vaak acuut klachten. De verschijnselen die honden met hartworm (zowel de Franse hartworm als de Dirofilaria) kunnen ontwikkelen zijn sneller vermoeid raken, hoesten, moeite met ademhalen (dyspneu), braken met buikpijn, verstoppingen van de bloedvaten, bloedarmoede, verschijnselen van het zenuwstelsel, bloedingen in o.a. de longen, rechter hartfalen met plots overlijden.

Katten met Dirofilaria kunnen lange tijd geen klachten hebben en daarna een acuut syndroom met ademhalingsverschijnselen vertonen. Tevens kunnen ze gaan braken. Plotselinge sterfte kan ook optreden. Verder kunnen ze minder eetlust vertonen, gewichtsverlies, hoge hartfrequentie, diarree, blindheid, stuiptrekkingen en flauwtes.

Diagnostiek

Uit de anamnese (vraaggesprek) kan een vermoeden ontstaan over het wel of niet hebben van de hartworm. Tijdens het lichamelijk onderzoek kunnen afwijkingen van het vaatstelsel worden gevonden en er kan soms een hartruis worden gehoord. Bij een infectie met de Franse hartworm kan ontlastingsonderzoek (zogenaamde Baermann techniek) worden gedaan. Hierin wordt gezocht naar de larven. Omdat de larven niet continu worden uitgescheiden, wordt vaak gevraagd ontlasting van 3 opeenvolgende dagen te verzamelen.

Om Dirofilaria aan te tonen is bloedonderzoek nodig. De microfilaria (de larfjes) kunnen soms in een bloeduitstrijkje van honden worden aangetoond, maar vaak is hiervoor eerst een filtering van het bloed nodig. Bij katten leidt deze methode helaas maar zelden tot een diagnose. Tevens kunnen antigenen van de volwassen wormen worden aangetoond met een specifieke bloedtest, de ELISA (Enzyme-Linked ImmunoSorbent Assay), deze is ook betrouwbaar bij katten.

Röntgenfoto’s zullen niet direct de wormen zichtbaar maken, maar dit is wel een goed hulpmiddel om de ernst van de situatie in te schatten. Bij echocardiografie kunnen de wormen wel worden gezien in het hart en de belangrijkste (slag)aders.

Therapie en preventie

Er zijn twee middelen geregistreerd in Nederland tegen hartworm, namelijk milbemycine oxime en moxidectine. Daarnaast wordt ook nog wel eens gekozen voor fenbendazol (welke dus niet geregistreerd is). Tevens dienen de symptomen die de patiënt vertoont ten gevolge van de Franse hartworm bestreden te worden. Het wordt aanbevolen het ontlastingsonderzoek na de therapie te herhalen om te kijken of de therapie goed aangeslagen heeft. Aangezien de slak de tussengastheer van de Franse hartworm is kan de eigenaar proberen te vermijden dat de hond slakken eet. Tevens is het belangrijk om hondenontlasting op te ruimen zodat verdere verspreiding niet plaats vindt omdat slakken er dan niet bij kunnen komen.

Dirofilariose kan behandeld worden met melarsomine dihydrochloride. Wanneer alle volwassen wormen ineens afsterven kan dit leiden tot trombo-embolie (afsluiting van bloedvaten). Om dit te voorkomen moet de beweging van het dier beperkt worden en kan de dierenarts er eventueel nog wat medicatie bij geven. Ook kan ivermectine gecombineerd met doxycycline tot verbetering leiden. Soms wordt besloten tot operatief ingrijpen. Bij katten wordt niet geadviseerd de volwassen wormen te bestrijden vanwege de grote kans op trombo-embolieën. De symptomen kunnen wel onderdrukt worden met corticosteroïden.  Er zijn verschillende middelen beschikbaar die hartworm kunnen voorkomen, vraag hiernaar bij uw dierenarts.

Lees verder

http://www.esccap.org/uploads/file/ESCCAP%20Guidelines%20GL5%2001Oct2012.pdf

http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1748-5827.2010.01000.x/full

http://www.ivis.org/advances/parasit_bowman/conboy_angiostrongylosis/ivis.pdf

http://www.researchgate.net/publication/41204998_Angiostrongylus_vasorum_in_de_tussengastheer_en_de_vos_in_Nederland

Leishmania

Leishmaniasis wordt beschouwd als een zoönose (overdraagbaar van dier op mens). Honden kunnen een rol spelen in de cyclus waar uiteindelijk ook mensen worden geïnfecteerd.

Algemene informatie en overdracht

Leishmaniasis is een verzamelnaam voor een groep ziekten veroorzaakt door eencellige parasieten (protozoa) die behoren tot de genus Leishmania. Deze parasieten kunnen mensen en dieren infecteren. Bij mensen maakt men onderscheid in de ziekte op basis van waar de verschijnselen optreden, namelijk in de huid, op de huid-slijmvlies overgangen of in de organen. Bij de hond zijn meestal zowel de huid als de organen (m.n. beenmerg, milt en lever) betrokken. In het Middellandse Zeegebied komt bij honden m.n. Leishmania infantum voor.

In tegenstelling tot Babesia en Erlichia wordt Leishmania niet overgedragen door teken maar door de (vrouwelijke) zandvlieg (zie afbeelding hieronder). In de hond ontwikkelt de parasiet zich in de macrofaag (een cel die een belangrijke rol speelt in het immuunsysteem). Er zijn enkele cases beschreven dat de parasiet van teef op puppy’s wordt overgedragen.

De zandvlieg (http://www.infectionlandscapes.org/2011/05/leishmaniasis.html)

Verschijnselen

Leishmaniasis is een chronisch verlopende ziekte. De incubatietijd varieert van enkele maanden tot 7 jaar. Niet elke hond wordt ziek en hierbij speelt het soort immuunrespons dat de hond ontwikkelt een belangrijke rol. Bij honden die ziek worden, worden auto-antilichamen gevormd (antilichamen die gericht zijn tegen het eigen lichaam) waardoor rode bloedcellen en bloedplaatjes worden afgebroken. Tevens ontstaat er schade in kleine vaten waardoor er ontstekingen kunnen optreden in het vaatbed, het oog, de gewrichten en de nieren.

De verschijnselen die de hond kan ontwikkelen zijn verminderde inspanningstolerantie, gewichtsverlies, sloomheid, veel drinken en veel urineren, minder eetlust, diarree, braken en bloedneuzen. Tevens kunnen er afwijkingen aan de huid ontstaan zoals kaalheid bij de kop, hyperkeratose (abnormale verhoorning van de opperhuid, zoals bij de neus, en de voetzolen), schilfers en afwijkende nagels.

Diagnostiek

Uit het vraaggesprek bij de dierenarts zal waarschijnlijk naar voren komen dat de hond naar het buitenland is geweest. Dit kan dus al jaren geleden zijn. Bij het lichamelijk onderzoek kunnen vergrote lymfeknopen, huidafwijkingen, sloomheid, een afwijkende locomotie, koorts, een vergrote milt en bindvliesontsteking worden gevonden.

In het bloedonderzoek kunnen verlaagde aantallen rode bloedcellen en bloedplaatjes (verantwoordelijk voor de bloedstolling) worden gevonden. Ook is de eiwitverhouding in het bloed veranderd. In de urine kan een verhoogde eiwitconcentratie worden gevonden. In het bloed kunnen antilichamen tegen Leishmania worden aangetoond en ook kan er een techniek genaamd PCR (poly chain reaction) worden gebruikt om antigenen van Leishmania aan te tonen. De diagnose kan ook worden gesteld met behulp van cytologie (bekijken van losse cellen) of histologie (bekijken van de cellen in weefselstructuur). De cellen worden gekleurd en bepaalde stadia van de parasiet kunnen dan worden gevonden in de cellen in de lymfeknoop, milt, beenmerg, lever of huid.

Therapie en preventie

Leishmania zal slechts in enkele gevallen geheel uit het lichaam verdwijnen. In de meeste gevallen komen de verschijnselen na een tijd terug en dient de behandeling weer voortgezet te worden. Naast de specifieke medicatie dient de hond ook ondersteund te worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van nierfalen, welke ook zal moeten worden behandeld. Het medicijn dat in Nederland wordt gebruikt tegen leishmaniasis is Allopurinol®. Dit moet langdurig worden gegeven. Na 2 weken zal er een verbetering moeten optreden en na 6 weken klinisch herstel. Daarna is het erg belangrijk de hond eens in de zoveel tijd te controleren (bloed en urine).

Ter preventie is het belangrijk om de zandvlieg te vermijden. Deze komt m.n. voor in Middellandse Zeegebieden in de periode van het voorjaar tot laat in de herfst. De zandvlieg is het meest actief in de schemering en ’s nachts. In deze tijden kan de hond het best binnen worden gehouden. Er is een halsband beschikbaar, Scalibor®, welke de hond 5 tot 6 maanden zou moeten beschermen tegen teken en tegen zandvliegen.

Er is ook een nieuwe vaccinatie op de markt tegen Leishmaniosis, namelijk CaniLeish®. Hiervoor moet de hond meerdere malen gevaccineerd worden en het is dus belangrijk om 10 weken voor vertrek te beginnen. De kans om de ziekte te ontwikkelen na het in contact komen met een geïnfecteerde zandvlieg is dan 3,6 keer zo klein.

Lees verder

http://www.esccap.org/uploads/file/ESCCAP%20Guidelines%20GL5%2001Oct2012.pdf(externe link)

http://www.ema.europa.eu/docs/nl_NL/document_library/EPAR_-_Summary_for_the_public/veterinary/002232/WC500104955.pdf

http://www.infectionlandscapes.org/2011/05/leishmaniasis.html

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem gerust contact met ons op.

Contactinformatie praktijk

Dierenkliniek Thorbeckelaan

Terug
  • Ma
    8:00 - 19:00 uur
  • Di
    8:00 - 19:00 uur
  • Wo
    8:00 - 19:00 uur
  • Do
    8:00 - 19:00 uur
  • Vrij
    8:00 - 19:00 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten

Contactinformatie bij spoedgevallen

Bel a.u.b.:

0900 222 6333
Terug

Vind ons hier:

Thorbeckelaan 358 2564 BZ Den Haag
ontvang een routebeschrijving via Google Maps
Terug

Bel a.u.b. dit nummer bij spoedgevallen:

0900 222 6333